Zorgcoördinatie binnen de Friese VVT
In deze aflevering van 'Je bent verbonden met GERRIT" praat host Joël de Jong samen met projectleider Joyce Jansen-Klomp met Barbara Lengkeek en Lodewijk Oostra over het COF: het Coördinatiepunt Ouderen Friesland. Een mooi voorbeeld van zorgcoördinatie in de Friese VVT.
.avif)
Coördinatiepunt Ouderenzorg Friesland
Voor een kwetsbare oudere is het niet altijd eenvoudig om passende tijdelijke zorg te vinden. Een huisarts, ziekenhuis of wijkverpleegkundige moet weten welke zorg nodig is en waar die beschikbaar is. Dat vraagt om afstemming tussen zorgorganisaties.
In Friesland werken de VVT-organisaties hiervoor samen in het Coördinatiepunt Ouderenzorg Friesland (COF). Zorgprofessionals kunnen er terecht met een zorgvraag. Het triageteam kijkt vervolgens welke zorg het beste aansluit en waar die geleverd kan worden.
Het COF is begonnen vanuit een praktische vraag: hoe voorkomen we dat een zorgprofessional steeds opnieuw verschillende organisaties moet bellen om te zoeken naar een passende plek?
Inmiddels gaat de samenwerking verder dan het vinden van een beschikbare plek. De vraag is steeds vaker welke zorg iemand nodig heeft en hoe die zorg zo goed mogelijk georganiseerd kan worden. Ook in de avond, nacht en weekenden werken organisaties in Friesland inmiddels samen rond medische en verpleegkundige bereikbaarheid.
In de nieuwe aflevering van Je bent verbonden met GERRIT praat host Joël de Jong hierover met projectleider Joyce Jansen-Klomp en met programmamanager Lodewijk Oostra en teamcoördinator Barbara Lengkeek van het COF.
Organisatie over de eigen grenzen heen
“Een zorgmedewerker van Patyna komt op zijn of haar locatie er niet uit, belt het COF, krijgt een triagist van Zuidoostzorg aan de telefoon en stuurt een verpleegkundige van Antonius er naartoe om te helpen. Over de zorgorganisaties heen zorg leveren waarbij de zorgvraag centraal staat. Welke kleur jasje je aan hebt, dat vervaagt helemaal.”, aldus Lodewijk.
Verschillende zorgorganisaties die samen een zorgvraagoppakken, over de grenzen van de eigen organisatie heen.
Dat vraagt om vertrouwen tussen organisaties en om ruimte om over de eigen grenzen heen te werken. Tegelijkertijd maakt deze manier van samenwerken het mogelijk om de beschikbare professionals gezamenlijk in te zetten.
Barbara: “We weten dat er geen professionals bij komen. Dat is gewoon de realiteit. Dus je moet het gewoon anders met elkaar doen. Het is gaaf dat in Friesland de partijen dat ook durven.”
Zorgoördinatie binnen de VVT
Joël [00:10]: Vandaag een gesprek over zorgcoördinatie in de Friese VVT, met mijn collega Joyce Jansen-Klomp.
Joyce [00:16]: Hoe fijn is het ook om zelf een goede triage te kunnen uitvoeren, zodat je ook de juiste zorg op de juiste plek kunt aanbieden.
Joël [00:22]: Lodewijk Oostra van Coördinatiepunt Ouderenzorg Friesland.
Lodewijk [00:26]: Ook met die acute thuiszorg die rondrijdt, hebben we met data laten zien van: ja, die kunnen ook wel intramuraal bijspringen.
Joël [00:31]: En Barbara Lengkeek, teamcoördinator van het triagepunt Friesland.
Barbara [00:35]: Dat maakt ook dat we echt minder collega's nodig hebben. Waar voorheen elke partij zijn eigen specialist bereikbaar had, hoeft dat er nu nog maar één te zijn.
Joël [00:43]: Je bent verbonden met GERRIT. Ik ben Joël de Jong, projectleider bij GERRIT en gastheer van deze podcast. Een van de thema's waar we ons bij GERRIT mee bezighouden, is zorgcoördinatie en samenwerking in de zorg. Vandaag staat het Coördinatiecentrum Ouderenzorg Friesland centraal, oftewel het COF. Daar ga ik vandaag met twee gasten een leuk gesprek mee hebben. Voordat ik dat doe, wil ik even mijn collega introduceren: Joyce Jansen-Klomp. Jij bent mijn collega-projectleider. Jij hebt ervaring in de VVT, de verpleegzorg.
Joyce [01:17]: Wijkverpleging.
Joël [01:18]: De wijkverpleging is jouw achtergrond. Ja. Nou, welkom.
Joyce [01:23]: Dank je.
Joël [01:24]: En daarnaast mijn gasten van vandaag. Lodewijk Oostra van het Coördinatiepunt Ouderenzorg Friesland.
Lodewijk [01:30]: Ja, ik ben programmamanager van het coördinatiepunt en hou me al bijna tien jaar bezig met zorgcoördinatie in Friesland.
Joël [01:41]: En naast jou zit je collega Barbara Lengkeek. En jij bent teamcoördinator?
Barbara [01:46]: Klopt, ik ben teamcoördinator van het triagisteam.
Joël [01:48]: Oké. Nou, dan gaan we lekker direct van start. Lodewijk, kun je uitleggen wat het Coördinatiepunt Ouderenzorg Friesland, oftewel het COF, is?
Lodewijk [01:58]: Het Coördinatiepunt Ouderenzorg Friesland, het COF, is een samenwerking tussen alle VVT-partijen. Opgericht vanuit een praktisch probleem. Zorgprofessionals zoals een huisarts, een ziekenhuis of bijvoorbeeld een wijkverpleegkundige waren soms op zoek naar tijdelijke zorg voor kwetsbare ouderen.
En omdat dat soms heel ingewikkeld is, plekken schaars zijn en ook soms de vraag is wat precies die zorg is die nodig is, hebben de Friese VVT-organisaties de handen ineen geslagen en eigenlijk gezegd van: we willen voorkomen dat die huisarts, in dit geval als voorbeeld, steeds opnieuw een organisatie moet bellen om te kijken of er plek is voor de desbetreffende cliënt, en moet uitleggen welke zorg nodig is.
En daarom hebben we met elkaar gezegd – en dat was deels ook omdat dat tien jaar geleden voor een bepaalde zorgsoort door de overheid al werd gezegd: er moet een loket komen – hebben we de handen ineen geslagen en is er dus een loket georganiseerd waar zo'n zorgprofessional met zijn vraag terecht kan. Dan uitleggen welke zorg hij of zij nodig heeft voor zijn of haar cliënt. En dan gaan die triagisten, die zorgprofessionals, kijken van: hoe kunnen we die zorgvraag en dat zorgaanbod zo goed mogelijk matchen? Zo is het begonnen.
Uiteindelijk is dat – dus 'waar is er plek?' – steeds meer uitgegroeid naar 'welke zorg is er eigenlijk nodig? Hoe moeten we die zorg zo goed mogelijk met elkaar organiseren?' Heel erg was het gericht op de dagsituatie. Maar in de avond, nacht en weekenden werken we nu ook samen op het gebied van medische en verpleegkundige bereikbaarheid. Dus daar switcht de aandacht van richting de verwijzer naar de zorgprofessional in de locatie zelf.
Een zorgmedewerker kan in de avond, nacht of weekend ondersteuning nodig hebben: ik kom ergens niet uit, ik heb een arts nodig of ik heb een verpleegkundige handeling nodig die ik niet zelf kan doen. Dan kunnen ze bellen naar één nummer. Dan krijgen ze ook een triagist aan de telefoon die daarin gespecialiseerd is. En die kan die zorgprofessional helpen met advies, een verpleegkundige daarnaartoe sturen, of een arts daarnaartoe sturen.
Joël [04:05]: En dat wordt dat allemaal vanuit het COF georganiseerd?
Lodewijk [04:09]: Ja, het zijn dus wel twee verschillende dingen. Overdag zijn we vooral gericht op die verwijzer, die we willen helpen de juiste zorg op de juiste plek te krijgen. Helpen met het zoeken naar zo'n bed, of soms ook gewoon de juiste zorg. Soms kan er thuis heel veel opgelost worden.
We hebben best wel een complex zorglandschap met heel veel regels, verschillende zorgsoorten. En het zorgaanbod is ook heel verschillend georganiseerd bij alle zorgorganisaties: verschillende doelgroepen, verschillende in- en exclusiecriteria. De zorgprofessionals op het triagepunt, waar Barbara de coördinator van is overdag, die helpen zo'n verwijzer met het zoeken naar de juiste plek.
Joël [04:47]: Barbara, kun jij dan beschrijven wat jouw rol is en hoe het triageteam opereert?
Barbara [04:51]: Wat de triagisten doen, is de vraag van de huisarts beantwoorden. Dus de huisarts belt naar het triagepunt en doet één keer zijn verhaal. Dat wordt heel goed uitgevraagd vanuit verschillende perspectieven rondom de cliënt. Vervolgens wordt ook de wijkverpleging gebeld, en andere professionals die daarbij betrokken zijn, zoals een casemanager dementie. En daarna bellen ze ook nog de familie, om vanuit hun perspectief te kijken wat er aan de hand is. En dat brengen ze bij elkaar en dan komt daar een advies uit.
En ze kunnen direct plaatsen op een bed; ze hebben real-time zicht op de beschikbaarheid in Friesland. Dus ze kunnen direct plaatsen als dat passend is. Of ze geven de huisarts een vervolgadvies. Dat kan ook zijn: wij denken dat het thuis nog kan met bepaalde inzet, en we adviseren dat de specialist ouderengeneeskunde thuis komt kijken en daar een interventie doet.
Joël [05:39]: Hoeveel bedden hebben we dan, of plekken die jullie coördineren?
Barbara [05:46]: Ik ken niet exact de getallen. Kijk, wat ik wel weet: we hebben gemiddeld vanuit de huisartsen... Wij doen op dit moment alleen nog maar de huisartsenstroom, dus de mensen die thuis verblijven en een bed nodig hebben. Dus niet de mensen die in het ziekenhuis verblijven en vervolgzorg nodig hebben. Hebben we het over tien tot vijftien aanmeldingen per dag. En we hebben minder bedden beschikbaar dan dat de vraag is.
Dus het is ook steeds belangrijker om te kijken: wie heeft dit nu echt het meest nodig? En waar je voorheen zag dat we gewoon wel bedden hadden en dat de zorgvraag minder complex was, is dat steeds complexer. Dus het is steeds belangrijker om goed te kijken: wat is hier nu nodig? En triageren is gebleken echt een vak. Het vraagt heel veel om de situatie goed in kaart te brengen.
Joyce [06:26]: Zitten daar ook nog specifieke opleidingen of eisen aan, die jullie hebben ontwikkeld?
Barbara [06:31]: Op dit moment is er nog geen opleiding geschikt voor het werk wat wij doen. Er zijn wel heel veel verschillende opleidingen, maar die hebben allemaal maar een deel van wat wij doen. Ze hebben nu gekeken naar een opleiding die specifiek voor deze groep geschikt is. Dus dat zijn we nu aan het organiseren. In het najaar wordt die ook gevolgd.
Joyce [06:48]: Super. En die triagisten, waar zitten ze?
Barbara [06:51]: Binnen hun eigen locatie of thuis. De triagisten werken vanuit hun eigen moederorganisatie en werken met elkaar online samen. Dus het zijn triagisten van de verschillende aangesloten zorgpartijen en samen vormen ze een team. Maar op dit moment hebben wij nog geen fysieke locatie waar zij met elkaar...
Joyce [07:08]: Dat is alleen voor de dagzorg. En zit de avond- en ANW-zorg ook nog ergens anders?
Barbara [07:13]: In de ANW zit die bij Dokterszorg Friesland in Heerenveen.
Joël [07:17]: Wat ik mij afvroeg, want we hebben net een mooie beschrijving gehad van hoe dat dan gaat. Een huisarts belt naar dat ene nummer, krijgt dus een triagist aan de lijn en die gaat de hele uitvraag doen om een beoordeling te doen. We werken nu in Friesland met één centraal nummer waar je terecht kunt. Hoe is de reactie?
Barbara [07:34]: Waar we voorheen heel sterk een bed bemiddelden – dus de vraag was 'ik zoek een ELV-hoogbed' of 'ik zoek een GRZ-bed' – krijgen we nu veel meer adviesvragen. Dus ik zeg ook altijd: je hoeft niet alles te weten, als je maar weet waar je je vraag moet stellen, en dan helpen we je verder. En dat wordt heel gewaardeerd.
Dat je niet belt als het al geëscaleerd is, maar dat je ook in een eerder stadium kunt bellen van: denk eens even mee, wat zou ik hier het beste kunnen doen? Daar wordt steeds meer gebruik van gemaakt.
Joël [07:58]: Dus jullie zijn niet alleen een ingang voor de verwijzing, maar jullie zijn ook een ingang voor gewoon een adviesvraag, van: ik weet even niet wat ik nu kan doen.
Barbara [08:07]: Klopt. Wij willen eigenlijk wat eerder in het proces betrokken worden, zodat je ook preventief kunt werken. Soms is er thuis echt nog wel wat mogelijk. Als iemand een delier heeft, wil je liever niet overgaan tot opname, want je verplaatst iemand uit een veilige omgeving. Als je iets eerder, als je ziet dat het niet helemaal goed gaat, de specialist thuis laat komen, kan die soms iets doen in medicatie of een andere interventie, waardoor je een opname kunt voorkomen.
Joël [08:31]: Dat klinkt best wel positief. Hebben de huisartsen ook dat ze jullie nu eerder weten te vinden, of wisselt dat heel erg?
Barbara [08:37]: De huisartsen weten ons goed te vinden. Wat we ook steeds meer doen, is dat we worden gevraagd door huisartsenpraktijken om voorlichting te geven. Dus in wijkgerichte werkteams – dat zijn teams met de praktijkondersteuners, het sociaal domein, de wijkverpleging – gaan we ook steeds vaker langs om uitleg te geven, en ook vooral op het preventiestuk te gaan zitten: hoe ze ons daarin kunnen betrekken.
Joël [08:57]: Ja, dus meer eerder betrokken zijn, zodat zorg niet geëscaleerd hoeft te worden.
Barbara [09:03]: Het is nodig, omdat we gewoon minder bedden hebben dan de vraag is. Dus je wilt zo vroeg mogelijk in het proces betrokken zijn. De druk op de wijkverpleging neemt toe. Mensen blijven langer thuis. De druk op de huisartsenzorg neemt toe. Dus je moet met elkaar rondom de cliënt kijken: in een vroeg stadium, wat kunnen we hier doen?
En dat kan niet altijd. En doordat mensen langer thuis blijven, gaat het op een gegeven moment wel mis, dat weten we. En dan is het ook belangrijk dat je juist voor deze doelgroep een plek hebt en snel kunt handelen.
Joël [09:30]: Ja, dat klinkt best wel positief. Lodewijk, ik kan me voorstellen, jullie zijn nu tien jaar bezig met het COF. Dat is een samenwerking tussen allemaal organisaties. Hoe is die samenwerking ontstaan en wat zijn de uitdagingen die je daarbij bent tegengekomen?
Lodewijk [09:44]: Samenwerking overdag is, zoals ik net zei, ontstaan door een opdracht van de overheid van: richt zo'n loket in. Daar werd in het begin gedacht van: nou, we gaan gewoon een site maken, en dan laten we zien waar de plek is, en dan loopt dat wel goed. Dan ga je merken dat dat niet goed werkt. En dat je dus steeds meer, als je zoiets opricht, ziet van: oké, maar nu moeten we eigenlijk dit ook nog doen. We zouden eigenlijk die triages samen moeten doen. We moeten eigenlijk die inzichten in plekken delen. We moeten eigenlijk eens praten over hoe iedereen die zorg georganiseerd heeft.
En dan zie je eigenlijk dat je vanuit een ELV-loket, zoals die in het begin werden genoemd, steeds meer een coördinatiepunt wordt. De behoefte en de noodzaak om dan bijvoorbeeld te kijken naar hoe gaan we onze crisisbedden inrichten, wordt steeds groter. Dus over die tien jaar is het coördinatiepunt centraal komen te staan. Daar kwam natuurlijk ook de coronaperiode bij, waar zorgcoördinatie toen landelijk echt een ding werd en ook gezien werd dat we dat naar de toekomst toe meer moesten gaan doen.
Dus die samenwerking wordt intensiever. Dat is, denk ik, goed, maar het vraagt ook heel veel van de organisaties. En dan de andere: de nachtelijke samenwerking is ontstaan uit een simpel probleem van twee grote organisaties die gewoon voor de medische bereikbaarheidsdienst te weinig artsen hadden. Die samenwerking hebben ze met elkaar aangegaan, en daar is uitgekomen dat dat gecombineerd werd met elkaar. En toen zeiden de andere partijen van: hé, daar willen wij eigenlijk ook wel aan meedoen.
En toen zeiden we van: ja, maar we zien dat verpleegkundige triage eigenlijk ook wel beter kan, dus dat willen we dan ook centreren. En dan kunnen we ook iets met de verpleegkundige beschikbaarheid. En nu kunnen we misschien ook de samenwerking in de thuiszorg 's nachts gebruiken om intramuraal zorg te kunnen leveren. En naarmate de tijd verder gaat, zie je dat je eigenlijk steeds meer projecten en initiatieven rondom zorgcoördinatie aan elkaar brengt, en dat dat steeds meer onder het Coördinatiepunt Ouderenzorg Friesland komt vallen, wat logisch is en wat goed is.
Gelijkertijd zien we dat de ontwikkelingen heel snel gaan. Organisaties moeten wennen aan het feit dat ze enerzijds hun interne projecten en doorontwikkelingen hebben. Gewend zijn om heel veel dingen zelf te doen en voor zichzelf te organiseren, maar zich nu steeds meer moeten – maar ook willen – verhouden tot elkaar. En als je ziet hoe dat er nu uitziet, hoe we met elkaar samenwerken, hoeveel gemeenschappelijke overleggen er zijn, dat is gewoon heel mooi en heel gaaf om te zien.
Het is ook complex. Het is complex, ingewikkeld, maar tegelijkertijd de resultaten zijn mooi. Dus ik denk dat iedereen gemotiveerd is om dit te blijven doen. Maar het is wennen.
Barbara [12:18]: En het vraagt loslaten van organisaties, en vertrouwen. En je ziet dat dat de afgelopen jaren echt wel toeneemt. Het is ook wel mooi om te vertellen dat wij dit jaar vijf jaar bestaan. De plannen zijn er al veel langer, maar dit jaar zijn we vijf jaar operationeel. Je ziet dat het vertrouwen in elkaars collega's steeds meer groeit. Het kan zijn dat iemand van Alliade triageert voor een cliënt die bij Kwadrant wordt opgenomen. Dat is heel mooi, dat je dat over de organisaties heen kunt organiseren.
Lodewijk [12:48]: Ja, en in de ANW is dat hetzelfde. Een zorgmedewerker van Patina komt op zijn of haar locatie er niet uit, belt het coördinatiepunt, krijgt een triagist van ZuidOostZorg aan de telefoon, en die stuurt een verpleegkundige van het Antonius daarnaartoe om te helpen.
Als je daarover nadenkt: over de organisaties heen met elkaar zorgen voor mensen waarbij die zorgvraag centraal staat – en welke kleur jas je aan hebt, dat vervaagt helemaal. Je ziet dat met name de triagisten en de zorgmedewerkers die dat uitvoeren daar steeds meer in komen. Dat is gewoon heel gaaf om te zien, en heel tof.
Barbara [13:27]: En dat maakt ook dat we echt minder collega's nodig hebben, waar voorheen elke partij zijn eigen specialist bereikbaar had. Hoeft dat er nu nog maar één te zijn?
Lodewijk [13:36]: Ja.
Barbara [13:37]: En dat is heel mooi, dat je daarmee het personeel veel efficiënter in kunt zetten.
Lodewijk [13:40]: Ja, en dat de belasting ook afneemt van het zorgpersoneel, dat al druk genoeg is. Ja, en de druk die is er, maar je kunt daar nu met elkaar veel beter mee omgaan. Want we weten dat er geen professionals bij komen, dat is gewoon de realiteit. Dus je moet het anders met elkaar doen. En het is gaaf dat in Friesland de partijen dat ook durven.
Joël [14:01]: Ja, want dat is wel uniek, vind ik, dat het op deze schaal met zoveel organisaties... Dat die allemaal bij elkaar komen om op deze manier samen te werken.
Barbara [14:12]: Klopt.
Joyce [14:13]: Is dit in Nederland een van de weinige voorbeelden hoe dat gaat, of zijn er ook nog andere voorbeelden?
Lodewijk [14:21]: Er zijn over heel Nederland voorbeelden van zorgcoördinatiepunten, coördinatiecentra, dit soort samenwerkingen. En wij proberen in Friesland steeds alles met elkaar te combineren. En zo hebben we eigenlijk de afgelopen jaren daarin wel een soort voorsprong opgebouwd.
Het voordeel van Friesland is: we hebben het zorgkantoor, wat eigenlijk voor de provincie is, en we hebben de zorgverzekeraar, Achmea Zilveren Kruis, dus dat helpt ook. En die ondersteunen deze beweging heel erg, die stellen middelen ter beschikking. Dat maakt het natuurlijk ook makkelijker om dit met elkaar te doen. Maar in deze omvang en deze orde van grootte zijn we met name in Friesland waar we nu in voorop lopen.
Joyce [15:07]: Super. En goede zorgcoördinatie vraagt eigenlijk ook om goede gegevensuitwisseling. Hoe hebben jullie dat georganiseerd? En welke rol speelt dat in het dagelijks werk?
Lodewijk [15:17]: Ja, dat speelt een hele grote rol, natuurlijk. In de avond, nacht en weekenden gaat het echt over dossierinzage, en dus echt hele gevoelige gegevens. Dus daar hebben we met elkaar – alle functioneel beheerders, ook ondersteund door Stichting GERRIT – met elkaar gekeken van: hoe kunnen we dit zo veilig en verantwoord doen?
Maar dat is complex. Je moet echt naar de juridische kant kijken, de AVG-kant. En dan gaat het ook om beheersmaatregelen: welke systemen gebruik je? We hebben het voordeel gehad dat twee jaar geleden – en dat is ook weer in Friesland wel groot geworden – de thuiszorgteams in de nacht met elkaar gingen samenwerken. De rijdende partijen. Zilveren Kruis, dat is eigenlijk landelijk, is er gezegd van: ja, we willen niet meer dat elke thuiszorgpartij 's nachts voor elke ongeplande zorgvraag gaat rijden, want er zijn er gewoon veel te veel partijen.
Dus is afgesproken dat de drie grote partijen in Friesland eigenlijk de ongeplande zorgvragen voor de kleinere partijen ook oppakken. Dus er valt iemand, gaat de katheter los, dan kan zo'n rijdende partij – die heeft een acuut team – daarnaartoe worden gestuurd. Of dat nou een cliënt van Buurtzorg is of van wie dan ook: één van de drie grote partijen gaat daarnaartoe.
Wat daarvoor nodig was, was dossierinzage, ook in elkaars partijen. En daar is toen landelijk een hele ontwikkeling op geweest met NUTS. Technisch gezien kan ik dat niet uitleggen. Alle grote ECD's, elektronische cliëntendossiers – zoals Nedap, SDB, e-care – hebben daaraan meegewerkt. En die hebben dus gezorgd dat het technisch mogelijk is om voor een bepaalde periode een wijkverpleegkundige die in de nacht rijdt een deel van het dossier te laten zien van de plek waar hij naartoe gaat. Zodat je in ieder geval weet: waar kom ik terecht en hoe ziet dat eruit?
Ook voor deurtoegang is dat van belang: hoe kom ik binnen? Nou, die techniek gebruiken wij nu ook. En dat is een hele gave techniek die de triagisten en de wijkverpleegkundigen heel erg helpt om gewoon de juiste zorg op de juiste plek te leveren. Technisch superingewikkeld om dat op te zetten, ook met de toegang, dus daar is heel veel tijd mee gemoeid. Maar het werkt wel.
Je kunt nu, als je een wijkverpleegkundige bent, vanuit je eigen dossier – je hoeft niet in een ander dossier in te loggen, je hoeft niets ingewikkelds te doen – de triagisten van het COF kunnen gewoon zeggen van: ik maak nu voor deze cliënt, mits die in een van die dossiers staat, tijdelijk een brug tussen het ene ECD en het andere ECD, zodat jij als wijkverpleegkundige die cliënt kunt opzoeken en gewoon dat stukje van het dossier kunt zien wat je op dat moment nodig hebt. Daar zitten haken en ogen aan, daar zitten nog dingen die we moeten verbeteren, maar de techniek staat.
Joël [17:51]: Hoe is dat voor jou, Barbara, vanuit het perspectief van de dagsituatie bij de triage? Heb jij toegang tot de systemen als een huisarts jou belt?
Barbara [18:00]: Nee, de triagisten hebben geen toegang tot de systemen. Dus zij krijgen het verhaal van de huisarts – die verwijzing kunnen ze dan inzien – en vervolgens bellen ze naar de wijkverpleging, en die kijkt in het dossier van de cliënt. Die heeft die toegang. En door vragen te stellen krijgt zij die informatie, en die verwerkt ze op het triageformulier. Het is wel mijn wens dat we op termijn toegang kunnen krijgen tot die dossiers. Maar we zitten nu niet in een fase dat we dat gaan organiseren.
Joël [18:26]: Dus nu heb je dat opgelost door gewoon te gaan bellen met mensen en te vragen van: geef mij die informatie, zodat ik één compleet beeld kan krijgen.
Barbara [18:33]: Klopt. En dat is in een acute situatie die moet leiden tot een opname ook belangrijk. Want dan heb je een zorgdossier, maar dat is op dat moment niet actueel. Je kunt de rapportages dan eventueel lezen en daar zou je wat uit kunnen halen, maar het gaat ook om het verhaal eromheen.
En wij vragen niet alleen medisch uit – wat is er nu aan de hand? – maar ook: hoe is het sociaal, hoe woont iemand, wat doet het netwerk eromheen? Allemaal om te bepalen welke zorg nodig is. En dat is toch vaak het verhaal wat je live van een wijkverpleegkundige of een casemanager moet horen.
Joël [19:04]: Ja, dat snap ik wel. Maar je zou wel graag op termijn toegang willen.
Barbara [19:08]: Uiteindelijk kun je dan ook informatie opzoeken, en kan dat ook helpen om die wijkverpleegkundige wat korter te spreken. Dat ontlast haar ook weer. En het allermooiste is als je straks ook de overdrachten op die manier kunt versturen. Dan heb je alles op één plek, in hetzelfde dossier.
Joël [19:22]: Een van de vaste vragen die ik vaak stel in de podcast gaat over onze rubriek Verkeerd Verbonden. En dat is eigenlijk een vraag om te kijken van: jullie zijn een tijd bezig, welke lessen heb je geleerd uit het verleden, of acties waarvan je dacht 'dit is een goede zet' en waar je met de tijd ineens ontdekt: hadden we het toch anders moeten doen?
Barbara [19:43]: Nou, wat ik zelf wel een geleerde les vind, en dat ontdek je gaandeweg: we hebben gemerkt dat triageren echt een vak is, dat je niet iedereen kunt laten triageren. En in het begin zeiden we: iedereen levert gewoon een triagist, en dan gingen we aan de gang. Maar dat doet ook iets met vertrouwen van organisaties.
Dus op het moment dat wij niet goed triageren of niet volledig, en er komt een mismatch... Juist dat vertrouwen is zo belangrijk. Dus we hebben nu een uitgebreid inwerkprogramma geschreven. We hebben dus wel een aantal dingen gedaan om dat te verbeteren. Ik kan niet zeggen dat het heel erg mis is gegaan, maar we investeren daar nu wel meer in.
Joyce [20:21]: En ook mooi in dat opzicht, want het is natuurlijk vertrouwen voor de organisaties, maar het gaat er ook om: hoe zorg je dat de medewerkers fijn werken? Want hoe fijn is het ook om zelf een goede triage te kunnen uitvoeren, zodat je ook de juiste zorg op de juiste plek kunt aanbieden.
Barbara [20:35]: Ja, en het wordt steeds complexer. Vroeger was de aanvraag gewoon wat eenvoudiger en dan had je heel snel een match. Maar het is zo complex, de mensen die worden aangemeld, dat vraagt ook echt wat anders.
Joël [20:46]: Waarom is het dan nu complexer dan dat het was?
Barbara [20:49]: Iedereen weet dat er schaarste is, en er zijn ook campagnes: 'Praat over de zorg van morgen. Wat wil je?' Dus wij hebben ook het idee dat mensen in een laat stadium worden aangemeld.
Wij horen dat ook van huisartsen: ik heb eerst al tegen de familie gezegd, er zijn geen plekken. Dus familie springt sneller in. Mensen blijven langer thuis, dus we leveren ook verpleeghuiszorg thuis. Dat is per definitie complexere zorg. En als er dan wat misgaat, als iemand met complexe zorg dan valt, dan is het niet alleen 'ik heb mijn bovenarm gebroken', maar daar speelt vaak ook diabetes bij en in het verleden doorgemaakte CVA.
Die zorgvraag is veel complexer. Dus je behandelt dan niet alleen die arm, maar er zijn beïnvloedende factoren rondom die cliënt die wat anders vragen.
Joël [21:31]: De patiënt komt later pas daadwerkelijk bij de zorgorganisatie terecht.
Barbara [21:35]: Dat klopt. Toen ik begon in 2021, toen hadden we nog VV-laag, dus heel lage complexe zorg, daar hadden we heel veel aanmeldingen van. Die krijgen we eigenlijk niet meer. Er is bijna geen cliënt die nog wordt opgenomen met lage complexe zorg; dat kan bijna allemaal thuis. Dus daar zie je een hele verschuiving in, in die doelgroep.
Joël [21:53]: Ja, en dus blijven alleen de complexe gevallen over. Maar dat betekent ook dat het complexe gevallen zijn.
Barbara [21:58]: Ja, en dat maakt ook... Wij zijn op dit moment nog heel labelgericht. Dus wij plakken overal een etiketje op of het GRZ is of ELV-hoog. Daar willen we heel graag vanaf. Want dat maakt dat we deuren dicht houden waar wel een beschikbaar bed is, omdat de cliënt net niet past bij dat etiketje. En dat past niet meer bij de zorgvraag die er nu is.
Joyce [22:19]: Maar dat vraagt denk ik ook wat: hoe je dingen gaat organiseren en naar dingen gaat kijken.
Barbara [22:24]: Ja, dat is een hele transitie. En dat is ook financieel gedreven. Dat vraagt iets van ons allemaal.
Lodewijk [22:30]: Kijk, we zien de schaarste toenemen, we zien de complexiteit toenemen, maar we werken ook nog voor een deel met de oude methodiek. We hebben verschillende soorten wachtlijsten: preventief wachtenden, wenswachtenden en urgent wachtenden. Dat moet allemaal nog bijgehouden worden.
Dus naast het feit dat je als zorgbemiddelaar constant die acute instroom hebt – want het zijn niet alleen die tien aanmeldingen van het loket per dag, daar komen nog vijfentwintig aanmeldingen van de ziekenhuizen per dag bij, en dat gaan we nu ook straks bundelen om via één stroom te laten lopen – krijgen zorgbemiddelaars nu vanuit verschillende kanalen allemaal aanvragen en hebben dan ook nog die verschillende wachtlijsten te managen.
Dus het wordt allemaal steeds urgenter. Waardoor we steeds beter moeten nadenken van: hoe gaan we nou die instroom in de langdurige zorg organiseren? Hoe kijken we naar onze tijdelijke zorg?
Tegelijkertijd zien we dat als mensen heel lang thuis blijven, we heel veel vragen van de mantelzorger. Die wil je soms ontlasten. Een mantelzorger moet in staat zijn om op vakantie te kunnen gaan. Een mantelzorger moet in staat zijn om een operatie te plannen. Dan moet er een vangnet zijn. Tuurlijk: die familie en de mensen eromheen worden steeds belangrijker. Maar dat vraagt ook wat van organisaties die steeds meer verpleeghuiszorg thuis leveren: om iets te creëren waarbij een cliënt of patiënt die thuis woont ook tijdelijk, planbaar, opgenomen kan worden.
Maar met de schaarste van bedden die we nu hebben is die planbaarheid bijna niet te organiseren. Want we kunnen geen bed vrij houden voor iemand. Dat kan gewoon niet, want dat bed is altijd bezet.
En die complexiteit, daar zie je nu... Want wij zien als zorgcoördinatiepunt – moet je je voorstellen – dat je op een gegeven moment op een kruispunt staat waar alles bij elkaar komt. Dus dan zie je niet alleen alles wat er op je afkomt, maar je ziet ook waar het niet goed doorstroomt en waar de knelpunten zitten.
Dat maakt dat wij bijvoorbeeld steeds meer initiatieven oppakken, zoals respijtzorg beter kunnen organiseren, acute respijtzorg. Dat we nu in een traject zitten waarin we zeggen van: ja, er moet meer logeerzorg – dat is dus die tijdelijke opname – georganiseerd worden. We kijken nu al van: kunnen we een site maken waar je gewoon kunt zien waar er plek is? Want er zijn wel echt kleinere initiatieven waar dat mogelijk is.
Maar de grote organisaties, die moeten ook nadenken over: hoe gaan we deze logeerzorg in de toekomst organiseren? Hoe gaan we met onze capaciteit om? Dat is een hele complexe vraag aan het worden, waarvan we ook met elkaar moeten gaan afspreken: wie gaat nou eigenlijk wat doen? We gaan niet meer allemaal alles doen. We moeten misschien nadenken over wie gaat wat doen in de toekomst.
Joël [24:59]: Ja, maar dat betekent dat jullie dus ook dingen signaleren die opgelost kunnen worden door een van de deelnemende organisaties, of een aantal daarvan. Maar die moeten dan ook het besluit nemen om dat probleem op te pakken.
Barbara [25:12]: Daar is de respijtzorg een heel mooi voorbeeld van. Wij zagen dat we veel cliënten kregen aangemeld waarbij de mantelzorger uitviel. En dan moesten wij zeggen: ja, er is geen herstelvraag, dus bel de gemeente maar. Vervolgens ging de gemeente ermee aan de slag. De huisarts belde ons vaak weer terug: het moet nú.
En bij de gemeente kon het niet nú, dat moet je van tevoren aanvragen. En daarbij heeft ook de zorgverzekeraar een trekkersrol gehad. Die zei: wij zien dat dit een probleem is. De gemeente zag dat. En toen zijn we ook een pilot gestart met de gemeente Leeuwarden, de zorgverzekeraar en Kwadrant om dit te verkennen.
En uiteindelijk is het gelukt om in heel Friesland alle achttien gemeenten de handen op elkaar te krijgen voor één werkwijze. Dus het maakt niet meer uit of je in Harlingen woont of in Smallingerland: als je mantelzorger acuut uitvalt – die breekt zijn heup of raakt in het ziekenhuis door een andere reden – dan kunnen wij direct een opname regelen, mits het passend is bij de respijtzorg.
Joël [26:05]: En hoeveel tijd is er overheen gegaan om van die pilot naar alle gemeenten te gaan?
Barbara [26:09]: Bijna twee jaar.
Joël [26:10]: Ja, precies.
Barbara [26:11]: Maar ik vind het heel mooi. Het is ook heel knap hoor. Dit is volgens mij een van de eerste domeinoverstijgende samenwerkingen die we met elkaar hebben kunnen realiseren, ook wel met de ambitie om dat in de toekomst verder uit te breiden.
Joël [26:23]: Ja, en dit soort samenwerking op deze schaal vraagt gewoon tijd. Je moet achttien gemeenten bij elkaar krijgen en die moeten allemaal hun interne processen doorgaan. Ja, dat vraagt gewoon veel tijd.
Lodewijk [26:34]: Het is nog even goed om te zeggen: data speelt daarin een hele belangrijke rol. Ik denk dat zo'n vijf jaar geleden, toen ik gevraagd werd om mee te helpen aan dat project van die twee partijen die gezamenlijk hun medische dienst... Het ging om één pool in Leeuwarden die gewoon samengevoegd moest worden. Toen dat als eerste werd voorgesteld, zeiden die artsen: nee, dat kan niet, kun je niet samenvoegen, het is veel te druk. Toen zijn we dat gaan meten.
Op een gegeven moment hadden we alle data van alle vragen die naar de artsen gingen, in heel Friesland. En dan kun je op een gegeven moment gewoon zeggen van: ja, weet je, we kunnen dit echt. We zijn van twaalf naar twee artsen in de voorwacht. Steeds later zien we op basis van data, en dus de ervaringen die je opdoet: doe het gewoon.
Want dat is ook wel iets wat gezegd moet worden: de Friese organisaties moeten dit wel gewoon durven doen en gewoon zeggen van: we gaan hiervoor. Die bestuurders en iedereen in zo'n organisatie moet zeggen: we gaan dit met elkaar organiseren, en dan werkt het. Maar die data is van belang, omdat je dan de echte knelpunten kunt laten zien.
We hebben in het verleden gewoon veel te veel gewerkt op aannames van 'volgens mij gaat dit niet goed en volgens mij gaat dat niet goed'. Maar als je dat vertaalt naar data en gewoon laat zien hoe het zit, dan kun je echte veranderingen teweegbrengen.
Joël [27:40]: Dan gaan de ogen echt open.
Lodewijk [27:42]: Ja, dan maak je het ook gewoon zichtbaar en toegankelijk. Ja, want dat is het vaak niet. Dat is ook heel menselijk. Dat zie je met de treinreiziger ook: je hebt twee keer vertraging in je leven gehad en je hebt het gevoel dat de trein nooit op tijd rijdt.
En het is ook menselijk om je altijd te focussen op: er worden fouten gemaakt. Maar als je het afzet tegen de hoeveelheid van dingen die we doen, dan valt dat wel weer mee. En als je dat kunt laten zien, dan kun je het gesprek voeren.
En zo hebben we eigenlijk op heel veel aspecten – met respijtzorg, nu met logeerzorg, met gedwongen opnames – steeds laten zien van: ja, zo hebben we het bedacht, zo werkt het nu, daar moeten we iets mee. Ook met die nachtelijke partijen, die acute thuiszorg die in heel Friesland rondrijdt: hebben we met data laten zien van ja, die kunnen misschien ook wel intramuraal bijspringen.
Want zoals Barbara al zei, er wordt steeds meer verpleeghuiszorg thuisgeleverd. We leveren verpleeghuiszorg nog steeds intramuraal. Die ondersteuning voor zo'n verpleegkundige in de nacht, ja, die rijdt net zo goed daarnaartoe, omdat die denkt van: daar is mijn hulp ook nodig. En door middel van die data hebben we weer kunnen laten zien dat dat past en kan. En nu doen we het, en blijkt het ook te kunnen. Dat helpt gewoon enorm.
Joyce [28:54]: Super.
Joël [28:55]: Hoe ziet het vervolg er nu uit? Welke kant gaat het COF op? Wat zijn de uitdagingen waar je nu mee zit?
Lodewijk [29:02]: Ik denk dat we nu eerst een professionalisatieslag moeten maken. Het COF is een samenwerkingsverband. We zijn aan het kijken naar: moet dat niet een entiteit worden? Krijgen we dan meer slagruimte? Moeten we de afspraken helder maken?
Dus het is echt: we gaan professionaliseren. We kunnen ook meer datagedreven werken. Wat doen we met de data die we opleveren? En hoe kunnen we met elkaar daar beter op sturen? Dus er zit heel veel potentie in. Maar het is ook goed om nu even gewoon te kijken van: wat staat er nu allemaal, en hoe kunnen we dat de komende jaren verder brengen en verbeteren?
Barbara [29:38]: Wat je ziet met het triageteam: die hebben een dubbelrol. Dus die werken enerzijds in het rooster van het triagepunt, maar ook nog in het rooster van de eigen organisatie. Dat is soms ook wel conflicterend. Ik zou het heel mooi vinden als dat straks echt een team wordt dat met elkaar op één locatie zit, en dat we dat steeds verder kunnen uitbreiden.
Joël [29:56]: Zodat je ook echt het gevoel hebt dat je één team bent onder de noemer van het COF.
Barbara [30:01]: Ja. Je ziet soms ook dat de druk binnen de eigen organisatie hoog is door ziekte. Dan doen ze soms een dubbeltaak. Ik zou het heel mooi vinden als ze zich volledig hierop kunnen richten.
Joël [30:10]: Ja, dat triagisten echt triagisten zijn en gewoon bij het COF actief zijn.
Barbara [30:15]: Ja.
Joël [30:16]: Jullie ideale situatie over vijf jaar, wat zien jullie dan voor je?
Barbara [30:21]: Ik denk dat dan alle instroom via één punt gaat, waardoor je echt goed kunt omgaan met schaarste, en dat er niet meer verschillende instroomkanalen zijn. Dat zou mijn droom zijn.
Joël [30:30]: Dus of de huisarts belt, of het ziekenhuis belt, of wie dan ook: ze bellen allemaal naar jullie toe. Of liever nog met de informatie via de systemen. En dan coördineren jullie waar de patiënten naartoe gaan, waar de plekken zijn.
Barbara [30:43]: Dat zou ik heel mooi vinden.
Joyce [30:46]: En jij, Lodewijk?
Lodewijk [30:47]: Over vijf jaar hoop ik dat het coördinatiecentrum inderdaad echt een professionele organisatie is, die omarmd wordt door alle organisaties die er gebruik van maken, en waar we met behulp van technologie – en ik denk ook AI – enorme stappen kunnen zetten in dat capaciteitsmanagement.
Welke persoon kan nou het beste op welke plek, op welk moment terecht? We hebben dat inzicht nodig in die capaciteit. En ik denk dat AI daar denk ik wel echt in zal ondersteunen, op een zodanige manier dat het gewoon makkelijker wordt om die beslissingen te nemen.
En een stuk efficiënter. Het is echt zo dat het, als je daar nu naar kijkt, nog lang niet efficiënt genoeg is en heel veel uitzoekwerk is. En ik hoop echt dat we over vijf jaar zeggen van: jeetje, deden we dat toen nog zo? Terwijl je dan met één druk op de knop, of dat het gewoon automatisch voor je in beeld komt van: oké, er komt een bed vrij, dit zijn de mensen die daar nu op wachten of achter...
Op basis van het zorgprofiel moet deze persoon daar nu naartoe. En dat dat gewoon werkt en goed gaat, en dat iedereen zoiets heeft van: ja, weet je, hier hoeven we niet meer over na te denken.
Barbara [31:56]: Maar bijvoorbeeld ook iets met beeldzorg. Dat je niet altijd fysiek ter plaatse hoeft te gaan met een verpleegkundige van de afdeling, maar via beeldzorg een arts kunt inroepen die dan kan meekijken wat hier nodig is. En dat je dan altijd nog kunt besluiten dat je fysiek ter plaatse moet gaan. Maar dat dat soort technologieën dan ook ingevoerd zijn. Steeds meer eigenlijk ook naar de hybride zorg toe.
Lodewijk [32:15]: Ik zou ook nog wel verder willen gaan. Als je goed de ontwikkeling van een dossier laat analyseren, moet je ook gewoon op basis van die data preventief kunnen zien van: dit kan wel eens misgaan de komende periode. Dat je daar de zorg en de artsen mee helpt. Dat er dan een signaal komt van: let op, hier is iets aan het veranderen.
Zodat je eigenlijk veel minder reactief, maar proactief de zorg kunt organiseren. Dat zou eigenlijk... Daar zouden we met elkaar de handen ineen moeten slaan. Want ik denk dat daar heel veel mogelijk in is, maar dat we daar nu nog onvoldoende op gericht zijn, omdat we nu nog bezig zijn met het in beeld brengen van waar onze bedden zijn, het organiseren van beeldzorg.
Dus ik hoop dat we daar echt een enorme stap in kunnen nemen.
Barbara [32:56]: Ja, als we terugkijken – dat zeggen wij ook wel eens – je bent vooral bezig met wat kan nog verbeterd worden, wat moet er nog anders. Als we terugkijken naar wat we met elkaar in Friesland hebben bereikt, dan mogen we daar heel trots op zijn. Maar er kan nog veel meer. En we hebben laten zien dat dat kan.
Dus ik heb er ook alle vertrouwen in dat we de volgende stappen ook gaan zetten.
Joël [33:16]: Wat zouden jullie mee willen geven aan luisteraars die in Drenthe of Groningen of ergens anders in Nederland zitten?
Lodewijk [33:22]: Ik denk dat de kracht in Friesland is geweest dat de bestuurders binnen het domein van de VVT echt met elkaar hebben gezegd: we gaan met elkaar zitten. We laten de concurrentie los en we gaan met elkaar gezamenlijk kijken naar de problemen die we hebben, en daar veel over in gesprek gaan. Ik denk dat dat een hele belangrijke is.
En dat de zorgverzekeraar en het zorgkantoor. Dus ga dat gesprek aan. Probeer zoveel mogelijk samen te werken, want dan zijn er enorme kansen om op korte termijn te realiseren. Dat zie je in andere delen van Nederland waar dit heel goed gaat ook: dat er gewoon een hele hoge mate is van samenwerking, en samen naar de problematiek en samen naar oplossingen zoeken. Dat werkt het allerbeste.
Barbara [34:07]: Over de...
Joël [34:07]: Grenzen heen, dus eigenlijk.
Barbara [34:09]: Ja, je hoeft het niet alleen te doen. Kijk hoe je het met elkaar kunt doen. We zijn samen verantwoordelijk.
Lodewijk [34:14]: Ja, je ziet soms nog wel eens van: ja, maar dit hebben we al georganiseerd en wij doen dit al. En ja, dat is allemaal hartstikke goed natuurlijk. Maar ik denk gewoon dat als je heel transparant bent en met elkaar kunt laten zien waar je kwetsbaarheden liggen, en daar goed met elkaar over kunt praten: hoe kunnen we elkaar versterken... Dat werkt enorm, dat werkt echt.
Want dan sta je gewoon samen voor een gemeenschappelijke opgave. Probeer kritisch te kijken naar wat je zelf bedacht hebt en probeer in samenspraak met elkaar te kijken waar het beter kan. En probeer ook dingen los te laten. Ja, loslaten is een belangrijk ding.
Barbara [34:47]: Loslaten en vertrouwen.
Lodewijk [34:48]: Ja, loslaten en vertrouwen.
Barbara [34:50]: Dat zijn de woorden.
Lodewijk [34:50]: Dat zijn de woorden.
Joël [34:52]: Prachtig. Volgens mij is dat een mooi einde. Ik dank jullie hartelijk voor dit verhelderende gesprek.
En luisteraar, dank je wel dat je vandaag verbonden was met Gerrit. Het Coördinatiecentrum Ouderenzorg Friesland is een mooi praktisch voorbeeld van hoe we samenwerken, hoe we zorgcoördinatie doen en hoe gegevensuitwisseling bijdraagt aan een toekomstbestendige ouderenzorg.
Wil je meer weten over het Coördinatiepunt Ouderenzorg Friesland, kijk dan vooral op de links in onze show notes.
Wil je verbonden blijven met GERRIT, abonneer je dan op onze podcast in jouw favoriete app, zodat je geen enkele aflevering mist.
En deel de podcast vooral met collega's en anderen in je omgeving die dit ook interessant vinden.
Ben je benieuwd naar meer digitale gegevensuitwisseling en databeschikbaarheid in de zorg, luister dan naar een van onze andere afleveringen. En je vindt ons op LinkedIn en op gerrit.nl.
Blijf verbonden met GERRIT
Maak kennis met het team van GERRIT







.avif)
.avif)



.avif)



.avif)
.webp)
.png)









.avif)



